In het 5e en voorlopig laatste deel over toekomstig bestendig pensioenen voor transavia cabinepersoneel belichten we de pensioenopbouw. Daarnaast geven we je een samenvatting van alle info die we je hebben gestuurd. Volgende week staan tot slot drie ledenvergaderingen gepland waar onze pensioendeskundige een uitgebreide toelichting zal geven. Hier kun je ook met je vragen terecht en jouw stem uitbrengen. Dat kan na afloop van één van de drie ledenvergaderingen op 18 december (15:00-17:00 uur), 20 december (10:00-12:00 uur) en 21 december (15:00-17:00 uur) op ons VNC kantoor te Schiphol-Oost.
Onderzoek nieuw op te bouwen pensioenIn het onderzoek heeft de VNC gekeken waar en op welke wijze de pensioenen van het cabinepersoneel het beste resultaat opleveren. De tot en met 31 december 2017 opgebouwde pensioenen blijven overigens bij Nationale-Nederlanden en Aegon (via SPTGC : Stichting Pensioen Transavia Grond en Cabine). Voor de helderheid: het gaat om de nieuw, vanaf 1 januari 2018, op te bouwen pensioenen. Er zijn verschillende manieren waarop dit kan gebeuren.
1.
Via pensioenfonds zonder tussenkomst verzekeraarDeze variant zou voortzetting van de huidige situatie betekenen. Het voordeel hiervan is dat de in het verleden opgebouwde pensioenen nooit verlaagd kunnen worden. Deze garantie is echter erg duur. Ook is pensioenopbouw vanwege de lage rente erg kostbaar. Bovendien heeft het bestuur van SPTGC aangegeven dat voortzetting van het pensioenfonds niet langer gewenst is. Overigens blijft deze garantie gewoon gelden voor de tot en met 31 december 2017 bij Nationale-Nederlanden en AEGON opgebouwde pensioenen.
2.
Via pensioenfonds bij verzekeraarEen pensioenfonds kan een pensioenregeling ook zelfstandig uitvoeren. Ons pensioenfonds kan echter zeer klein genoemd worden, waardoor dit geen serieuze oplossing is.
3.
Rechtstreeks bij verzekeraarDeze derde optie is eigenlijk dezelfde als de eerste. In de eerste optie fungeert het pensioenfonds eigenlijk alleen als doorgeefluik. De redenen om optie 1 af te wijzen gelden dus ook voor variant 3.
4.
Via een bedrijfstakpensioenfondsBedrijfstakpensioenfondsen voeren de pensioenregeling uit voor werknemers binnen een bedrijfstak. Er zijn twee bedrijfstakpensioenfondsen die een serieuze optie zouden kunnen zijn voor de uitvoering van onze pensioenregeling. Het gaat om het Pensioenfonds Vervoer en PGB.
Pensioenfonds Vervoer is afgevallen vanwege de premiehoogte. PGB moet op grond van de wet eisen stellen aan de toekomstige CAO-loonsverhogingen bij transavia. Die voorwaarde was voor transavia niet acceptabel.
APFEen APF (Algemeen Pensioenfonds) voert voor verschillende ondernemingen de pensioenregeling uit. Zo ontstaan er schaalvoordelen. Er is aan vijf APF-en gevraagd om een offerte uit te brengen. Na een eerste schifting bleven er 2 serieuze kandidaten over: Stap en De Nationale APF (DNA). Met deze partijen zijn onderhandelingen gestart. Beide APF-en kennen voordelen en nadelen. Qua uitkomsten waren ze redelijk vergelijkbaar waarbij onze voorkeur op Stap valt.
Tijdens de gesprekken bleek Stap (maar ook DNA) alleen een pensioenrichtleeftijd van 68 jaar te willen administreren. De VNC wil deze echter op 67 jaar handhaven. Daar kwam bij dat de rente gedurende de studie is gedaald. In 2018 zou daardoor bij Stap een jaarlijkse opbouw van ouderdomspensioen mogelijk zijn van hooguit 1,30% van de pensioengrondslag.
Omdat dit niveau erg aan de magere kant is, heeft de VNC verzocht om de eerder afgeschreven optie van een individueel beschikbare premieregeling toch te onderzoeken. Die keuze was ook ingegeven doordat het beleggingsbeleid bij Stap erg conservatief is voor een personeelsbestand met onze gemiddelde leeftijd.
Individueel beschikbare-premieregelingOorspronkelijk had ook uitvoering via een PremiePensioenInstelling (PPI) niet onze voorkeur. Een PPI mag namelijk geen middelloonregeling, zoals onze huidige pensioenregeling, uitvoeren. Bij een PPI kan alleen een zogenoemde individuele beschikbare-premieregeling ondergebracht worden. In een dergelijke regeling ligt het volledige beleggingsrisico bij de werknemers. Dat leek ons in eerste instantie niet gewenst. In de huidige situatie, via SPTGC verzekerd bij AEGON, ligt het volledige beleggingsrisico namelijk bij de verzekeraar. De reden dat we uiteindelijk een beschikbare-premieregeling bij een PPI verkiezen boven alle andere mogelijkheden, heeft te maken met het feit dat dit de beste resultaten oplevert.
Het doel van ons onderzoek was te kijken waar het pensioenresultaat voor het cabinepersoneel van transavia het beste is. Als we kijken naar de cijfers en de risico’s is dat met een beschikbare-premieregeling bij een PPI. In een individueel beschikbare-premieregeling heeft iedere werknemer een pensioenspaarrekening. Daarop wordt maandelijks een premie gestort. Deze premie is op grond van voorschriften van de Belastingdienst afhankelijk van je leeftijd.
Betere uitkomstenOm beide opties goed te kunnen vergelijken zijn er 2.000 economische scenario’s over een lange periode doorgerekend. Hierbij worden ‘appels met appels’ vergeleken. Daaruit is gebleken dat in het overgrote deel van de scenario’s hogere pensioenen bereikt worden in een individuele beschikbare-premieregeling (bij BeFrank) dan bij het APF (Stap). Uiteraard zijn er ook scenario’s waarin Stap beter uitkomt. Maar dat is in een relatief beperkt aantal scenario’s.
In onderstaand overzicht zijn enkele berekeningsuitkomsten opgenomen. Het gaat louter om de toekomstige pensioenopbouw. De opbouw in de achterliggende jaren is buiten beschouwing gelaten.
Tijdens de informatiebijeenkomsten zullen meer resultaten aan jullie gepresenteerd worden.
Bij de bedragen is overigens geen rekening gehouden met inflatie. De bedragen zijn in euro’s op de pensioendatum.
Ouderdomspensioen op pensioendatum (in EUR)Scenario
35-jarige
35-jarige
45-jarige
45-jarige
55-jarige
55-jarige
Stap
BeFrank
Stap
BeFrank
Stap
BeFrank
Slecht weer
17.200
18.000
11.100
11.800
2.100
2.900
Normaal
40.200
56.400
24.100
32.000
3.700
4.700
Goed weer
80.500
202.500
43.000
92.100
5.400
7.800
In de tussentijd is er bij 2 PPI’s een offerte aangevraagd voor een individueel beschikbare-premieregeling. Op basis daarvan heeft de VNC gekozen voor BeFrank. Deze PPI voert ook de pensioenregeling uit voor de vliegers van transavia.
Ledenvergaderingen en stemmenHet doel van ons onderzoek was om te kijken waar het pensioen het beste resultaat heeft. Op de ledenvergaderingen zullen we de beschikbare-premieregeling bij BeFrank positief voorleggen omdat hier, ondanks de risico’s, uiteindelijk het beste pensioenresultaat wordt behaald. De mogelijkheid om naar een APF (Stap) te gaan, blijft echter ook nog een optie. De keuze is dus tussen BeFrank met betere uitkomsten maar iets meer risico of Stap waar men meer zekerheid heeft maar lagere uitkomsten dan bij BeFrank.
Sectiebestuur transavia